De of het aftrekbaarheid?

Het juiste lidwoord is:

de aftrekbaarheid

  • Meervoud: de aftrekbaarheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het in mindering mogen brengen op het belastbaar inkomen van bepaalde kosten en uitgaven

Zo gebruik je aftrekbaarheid

Met lidwoordde aftrekbaarheid
Dit of dezedeze aftrekbaarheid
Dat of diedie aftrekbaarheid
Ons of onzeonze aftrekbaarheid
Jouwjouw aftrekbaarheid
Elk of elkeelke aftrekbaarheid
Welk of welkewelke aftrekbaarheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aftrekbaarheid, de grote aftrekbaarheid
Meervoudde aftrekbaarheden, deze aftrekbaarheden

Voorbeeldzinnen met aftrekbaarheid

  • Zo leverde de VVD de volledige aftrekbaarheid van de hypotheekrente in en legde de PvdA zich neer bij een ingreep in de duur van de WW.
  • De aftrekbaarheid van reiskosten is ingevoerd in een tijd (1964), waarin de woningnood hoog was en mensen vaak dwong om ver van hun werk te wonen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).