De of het afstudeerder?

Het juiste lidwoord is:

de afstudeerder

  • Meervoud: de afstudeerders
Betekenis (onderwijs) iemand die net een studie heeft afgerond

Zo gebruik je afstudeerder

Met lidwoordde afstudeerder
Dit of dezedeze afstudeerder
Dat of diedie afstudeerder
Ons of onzeonze afstudeerder
Jouwjouw afstudeerder
Elk of elkeelke afstudeerder
Welk of welkewelke afstudeerder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote afstudeerder, de grote afstudeerder
Meervoudde afstudeerders, deze afstudeerders

Voorbeeldzinnen met afstudeerder

  • Afstudeerders van kunstacademie AKI ArtEZ exposeren hun mooiste kunstwerken vanaf vrijdag in hun schoolgebouw in Enschede.
  • Daar stond tegenover dat er 165.000 afstudeerders, zijinstromers en herintreders een baan kregen in de zorg.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).