De of het afstammingsleer?

Het juiste lidwoord is:

de afstammingsleer

Betekenis (biologie) de leer dat de soorten van planten en dieren zijn voortgekomen uit eerder bestaande soorten

Zo gebruik je afstammingsleer

Met lidwoordde afstammingsleer
Dit of dezedeze afstammingsleer
Dat of diedie afstammingsleer
Ons of onzeonze afstammingsleer
Jouwjouw afstammingsleer
Elk of elkeelke afstammingsleer
Welk of welkewelke afstammingsleer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote afstammingsleer, de grote afstammingsleer

Voorbeeldzinnen met afstammingsleer

  • Het is de naam die wordt gegeven aan de aapmens of het aapachtig dier uit de prehistorie, waarvan op Java op overblijfselen zijn gevonden en waaraan in de afstammingsleer groot belang wordt gehecht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).