De of het afscheidspreek?

Het juiste lidwoord is:

de afscheidspreek

  • Meervoud: de afscheidspreken
  • Verkleinwoord: het afscheidspreekje
Betekenis (religie) afscheidsrede gehouden door een geestelijke tijdens een godsdienstoefening

Zo gebruik je afscheidspreek

Met lidwoordde afscheidspreek
Dit of dezedeze afscheidspreek
Dat of diedie afscheidspreek
Ons of onzeonze afscheidspreek
Jouwjouw afscheidspreek
Elk of elkeelke afscheidspreek
Welk of welkewelke afscheidspreek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote afscheidspreek, de grote afscheidspreek
Meervoudde afscheidspreken, deze afscheidspreken

Voorbeeldzinnen met afscheidspreek

  • In zijn afscheidspreek zei hij dat hij beschadigd is door alle ophef over de erfenis, schrijft Omroep Brabant.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).