De of het afscheidsduel?

Het juiste lidwoord is:

het afscheidsduel

  • Meervoud: de afscheidsduellen / afscheidsduels
Betekenis de laatste wedstrijd die een sporter bij een bepaalde club speelt

Zo gebruik je afscheidsduel

Met lidwoordhet afscheidsduel
Dit of dezedit afscheidsduel
Dat of diedat afscheidsduel
Ons of onzeons afscheidsduel
Jouwjouw afscheidsduel
Elk of elkeelk afscheidsduel
Welk of welkewelk afscheidsduel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot afscheidsduel, het grote afscheidsduel
Meervoudde afscheidsduellen, deze afscheidsduellen

Voorbeeldzinnen met afscheidsduel

  • De 37-jarige spits, die een jaar geleden een punt zette achter zijn profbestaan, speelde een afscheidsduel van twee keer 35 minuten.
  • Een interview met Feyenoord-spits Robin van Persie na afloop van het afscheidsduel van Dirk Kuijt in De Kuip.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).