De of het aflossingstermijn?

Het juiste lidwoord is:

de aflossingstermijn

  • Meervoud: de aflossingstermijnen
Betekenis tijdsperiode waarin men een schuld (geheel of gedeeltelijk) moet terugbetalen

Zo gebruik je aflossingstermijn

Met lidwoordde aflossingstermijn
Dit of dezedeze aflossingstermijn
Dat of diedie aflossingstermijn
Ons of onzeonze aflossingstermijn
Jouwjouw aflossingstermijn
Elk of elkeelke aflossingstermijn
Welk of welkewelke aflossingstermijn?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aflossingstermijn, de grote aflossingstermijn
Meervoudde aflossingstermijnen, deze aflossingstermijnen

Voorbeeldzinnen met aflossingstermijn

  • Tot een op de vier leningen op Italiaanse banken is ver achter met aflossingstermijnen.
  • De aflossingstermijn voor zo'n tweede lening kan van 30 naar 35 jaar gaan.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).