De of het aflossingskoers?

Het juiste lidwoord is:

de aflossingskoers

  • Meervoud: de aflossingskoersen
Betekenis 1. (sport) wedstrijd waarbij verschillende leden van een team om de beurt een deel van de afstand afleggen 2. (financieel) (van een obligatie) de koers (prijs) waartegen de obligatie wordt afgelost aan de belegger, meestal op de vervaldatum.

Zo gebruik je aflossingskoers

Met lidwoordde aflossingskoers
Dit of dezedeze aflossingskoers
Dat of diedie aflossingskoers
Ons of onzeonze aflossingskoers
Jouwjouw aflossingskoers
Elk of elkeelke aflossingskoers
Welk of welkewelke aflossingskoers?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aflossingskoers, de grote aflossingskoers
Meervoudde aflossingskoersen, deze aflossingskoersen

Voorbeeldzinnen met aflossingskoers

  • Hij won de 1.000 meter sprint, de afvalkoers over tien, vijftien en twintig kilometer, de puntenkoers over tien kilometer en de aflossingskoers.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).