De of het adressenschrijver?

Het juiste lidwoord is:

de adressenschrijver

  • Meervoud: de adressenschrijvers
  • Verkleinwoord: het adressenschrijvertje
Betekenis (juridisch) iemand die zich met een verzoek tot de bevoegde macht wendt

Zo gebruik je adressenschrijver

Met lidwoordde adressenschrijver
Dit of dezedeze adressenschrijver
Dat of diedie adressenschrijver
Ons of onzeonze adressenschrijver
Jouwjouw adressenschrijver
Elk of elkeelke adressenschrijver
Welk of welkewelke adressenschrijver?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote adressenschrijver, de grote adressenschrijver
Meervoudde adressenschrijvers, deze adressenschrijvers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).