De of het aarzelmaand?

Het juiste lidwoord is:

de aarzelmaand

  • Meervoud: de aarzelmaanden
  • Verkleinwoord: het aarzelmaandje
Betekenis (tijdrekening, verouderd) tiende maand van het kalenderjaar

Zo gebruik je aarzelmaand

Met lidwoordde aarzelmaand
Dit of dezedeze aarzelmaand
Dat of diedie aarzelmaand
Ons of onzeonze aarzelmaand
Jouwjouw aarzelmaand
Elk of elkeelke aarzelmaand
Welk of welkewelke aarzelmaand?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aarzelmaand, de grote aarzelmaand
Meervoudde aarzelmaanden, deze aarzelmaanden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).