De of het aardbeientijd?

Het juiste lidwoord is:

de aardbeientijd

  • Meervoud: de aardbeientijden
Betekenis de periode van het jaar dat aardbeien rijp zijn en verse aardbeien verkrijgbaar zijn

Zo gebruik je aardbeientijd

Met lidwoordde aardbeientijd
Dit of dezedeze aardbeientijd
Dat of diedie aardbeientijd
Ons of onzeonze aardbeientijd
Jouwjouw aardbeientijd
Elk of elkeelke aardbeientijd
Welk of welkewelke aardbeientijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aardbeientijd, de grote aardbeientijd
Meervoudde aardbeientijden, deze aardbeientijden

Voorbeeldzinnen met aardbeientijd

  • Het was aardbeientijd en we hadden ze bij het tuinhuis gegeten met suiker en room.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).