De of het aardappelboer?

Het juiste lidwoord is:

de aardappelboer

  • Meervoud: de aardappelboeren
  • Verkleinwoord: het aardappelboertje
Betekenis 1. (landbouw, beroep) boer die aardappels verbouwt 2. (handel) aardappelverkoper

Zo gebruik je aardappelboer

Met lidwoordde aardappelboer
Dit of dezedeze aardappelboer
Dat of diedie aardappelboer
Ons of onzeonze aardappelboer
Jouwjouw aardappelboer
Elk of elkeelke aardappelboer
Welk of welkewelke aardappelboer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aardappelboer, de grote aardappelboer
Meervoudde aardappelboeren, deze aardappelboeren

Voorbeeldzinnen met aardappelboer

  • Tom was een aardappelboer.
  • Tom is een aardappelboer.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).