De of het aanvangsuur?

Het juiste lidwoord is:

het aanvangsuur

  • Meervoud: de aanvangsuren
Betekenis (tijdrekening) tijdstip dat iets begint

Zo gebruik je aanvangsuur

Met lidwoordhet aanvangsuur
Dit of dezedit aanvangsuur
Dat of diedat aanvangsuur
Ons of onzeons aanvangsuur
Jouwjouw aanvangsuur
Elk of elkeelk aanvangsuur
Welk of welkewelk aanvangsuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot aanvangsuur, het grote aanvangsuur
Meervoudde aanvangsuren, deze aanvangsuren

Voorbeeldzinnen met aanvangsuur

  • Maar ik ga zeker niet de schuld zoeken bij het vroege aanvangsuur."
  • De speciale eurotop vandaag - gezien het aanvangsuur laat in de middag meer een langdurig diner - wordt ronduit zware kost voor de disgenoten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).