De of het aanvangshoogte?

Het juiste lidwoord is:

de aanvangshoogte

  • Meervoud: de aanvangshoogtes / aanvangshoogten
Regel Woorden op -te: meestal de. Bekijk de regel
Betekenis (sport) de hoogte van de lat waar men als eerste overheen probeert te springen bij polstokhoogspringen of bij hoogspringen

Zo gebruik je aanvangshoogte

Met lidwoordde aanvangshoogte
Dit of dezedeze aanvangshoogte
Dat of diedie aanvangshoogte
Ons of onzeonze aanvangshoogte
Jouwjouw aanvangshoogte
Elk of elkeelke aanvangshoogte
Welk of welkewelke aanvangshoogte?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aanvangshoogte, de grote aanvangshoogte
Meervoudde aanvangshoogtes, deze aanvangshoogtes

Voorbeeldzinnen met aanvangshoogte

  • Markies won dat nummer met 4,76 meter, terwijl Vos bij de aanvangshoogte niet over de lat wist te springen.
  • Daar haalde hij als favoriet zijn aanvangshoogte niet.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).