De of het aanschouwer?

Het juiste lidwoord is:

de aanschouwer

  • Meervoud: de aanschouwers
Betekenis persoon die iets waarneemt zonder zelf deel uit te maken van de handeling

Zo gebruik je aanschouwer

Met lidwoordde aanschouwer
Dit of dezedeze aanschouwer
Dat of diedie aanschouwer
Ons of onzeonze aanschouwer
Jouwjouw aanschouwer
Elk of elkeelke aanschouwer
Welk of welkewelke aanschouwer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aanschouwer, de grote aanschouwer
Meervoudde aanschouwers, deze aanschouwers

Voorbeeldzinnen met aanschouwer

  • Op dezelfde manier kan een zenboeddhistische kom, waarvan vorm en ontwerp zinspelen op bescheidenheid, waardige eenvoud en welwillende aanvaarding van onvolmaaktheid …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).