De of het aanrijder?

Het juiste lidwoord is:

de aanrijder

  • Meervoud: de aanrijders
Betekenis iemand die een aanrijding heeft veroorzaakt

Zo gebruik je aanrijder

Met lidwoordde aanrijder
Dit of dezedeze aanrijder
Dat of diedie aanrijder
Ons of onzeonze aanrijder
Jouwjouw aanrijder
Elk of elkeelke aanrijder
Welk of welkewelke aanrijder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aanrijder, de grote aanrijder
Meervoudde aanrijders, deze aanrijders

Voorbeeldzinnen met aanrijder

  • Een getuige zag hoe de aanrijder met een wapen in zijn hand uit het wrak klom, op de 53-jarige Amerikaanse afstapte en meerdere keren op haar schoot.
  • De kans dat de aanrijder gevonden wordt, lijkt me klein.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).