De of het aanloopmaand?

Het juiste lidwoord is:

de aanloopmaand

  • Meervoud: de aanloopmaanden
Betekenis maand voor de opening of start van iets

Zo gebruik je aanloopmaand

Met lidwoordde aanloopmaand
Dit of dezedeze aanloopmaand
Dat of diedie aanloopmaand
Ons of onzeonze aanloopmaand
Jouwjouw aanloopmaand
Elk of elkeelke aanloopmaand
Welk of welkewelke aanloopmaand?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aanloopmaand, de grote aanloopmaand
Meervoudde aanloopmaanden, deze aanloopmaanden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).