De of het aanloopjaar?

Het juiste lidwoord is:

het aanloopjaar

  • Meervoud: de aanloopjaren
  • Verkleinwoord: het aanloopjaartje
Betekenis jaar voor de opening of start van iets

Zo gebruik je aanloopjaar

Met lidwoordhet aanloopjaar
Dit of dezedit aanloopjaar
Dat of diedat aanloopjaar
Ons of onzeons aanloopjaar
Jouwjouw aanloopjaar
Elk of elkeelk aanloopjaar
Welk of welkewelk aanloopjaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot aanloopjaar, het grote aanloopjaar
Meervoudde aanloopjaren, deze aanloopjaren

Voorbeeldzinnen met aanloopjaar

  • In het aanloopjaar 2014 was dat al 67.000 euro, in 2015 liep dat op tot maar liefst drie ton en over de eerste vijf maanden van 2016 was het ook al een ton.
  • Het jaar 2004 was voor het trainingscentrum De Horst in het Winterswijkse Meddo echt een aanloopjaar. Verrassend snel daarna kwamen de trainers en groepen uit binnen- én buitenland. Dankzij netwerken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).