De of het aankoopbudget?

Het juiste lidwoord is:

het aankoopbudget

  • Meervoud: de aankoopbudgets / aankoopbudgetten
  • Verkleinwoord: het aankoopbudgetje
Betekenis de hoeveelheid geld die men tot zijn beschikking heeft om iets te kopen

Zo gebruik je aankoopbudget

Met lidwoordhet aankoopbudget
Dit of dezedit aankoopbudget
Dat of diedat aankoopbudget
Ons of onzeons aankoopbudget
Jouwjouw aankoopbudget
Elk of elkeelk aankoopbudget
Welk of welkewelk aankoopbudget?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot aankoopbudget, het grote aankoopbudget
Meervoudde aankoopbudgets, deze aankoopbudgets

Voorbeeldzinnen met aankoopbudget

  • Het museum maakte alvast het hele aankoopbudget voor het jaar ervoor vrij, een half miljoen euro.
  • Het is onder andere bedoeld om het aankoopbudget van de kunstmusea aan te vullen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).