De of het aankoopbelasting?

Het juiste lidwoord is:

de aankoopbelasting

  • Meervoud: de aankoopbelastingen
Regel Woorden op -ing: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis (economie) heffing die men moet betalen bij de aanschaf van een product

Zo gebruik je aankoopbelasting

Met lidwoordde aankoopbelasting
Dit of dezedeze aankoopbelasting
Dat of diedie aankoopbelasting
Ons of onzeonze aankoopbelasting
Jouwjouw aankoopbelasting
Elk of elkeelke aankoopbelasting
Welk of welkewelke aankoopbelasting?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aankoopbelasting, de grote aankoopbelasting
Meervoudde aankoopbelastingen, deze aankoopbelastingen

Voorbeeldzinnen met aankoopbelasting

  • De assurantiebelasting steeg in januari van 9,7 procent naar 21,0 procent. Ook werden de aankoopbelasting op nieuwe auto's en energiebelasting hoger.
  • In lekentaal: tot dan is het gunstig om een (diesel)busje te kopen, want daarna moeten ondernemers net als particulieren aankoopbelasting (bpm) betalen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).