De of het aankomer?

Het juiste lidwoord is:

de aankomer

  • Meervoud: de aankomers
Betekenis 1. persoon die zijn bestemming bereikt 2. iemand die onervaren is

Zo gebruik je aankomer

Met lidwoordde aankomer
Dit of dezedeze aankomer
Dat of diedie aankomer
Ons of onzeonze aankomer
Jouwjouw aankomer
Elk of elkeelke aankomer
Welk of welkewelke aankomer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aankomer, de grote aankomer
Meervoudde aankomers, deze aankomers

Voorbeeldzinnen met aankomer

  • De eerste aankomers werden hartelijk verwelkomt door de gastheer.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).