De of het aangiftepartner?

Het juiste lidwoord is:

de aangiftepartner

  • Meervoud: de aangiftepartners
Betekenis (economie) persoon waarmee men samen de aangifte doet voor de inkomstenbelasting

Zo gebruik je aangiftepartner

Met lidwoordde aangiftepartner
Dit of dezedeze aangiftepartner
Dat of diedie aangiftepartner
Ons of onzeonze aangiftepartner
Jouwjouw aangiftepartner
Elk of elkeelke aangiftepartner
Welk of welkewelke aangiftepartner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aangiftepartner, de grote aangiftepartner
Meervoudde aangiftepartners, deze aangiftepartners

Voorbeeldzinnen met aangiftepartner

  • Termen als 'aangiftepartner', 'ouderdomsvoorziening' en 'langstlevende testament' komen voorbij.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).