De of het aangesprokene?

Het juiste lidwoord is:

de aangesprokene

  • Meervoud: de aangesprokenen
Betekenis 1. iemand tot wie het woord is gericht 2. iemand die zich moet verantwoorden

Zo gebruik je aangesprokene

Met lidwoordde aangesprokene
Dit of dezedeze aangesprokene
Dat of diedie aangesprokene
Ons of onzeonze aangesprokene
Jouwjouw aangesprokene
Elk of elkeelke aangesprokene
Welk of welkewelke aangesprokene?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aangesprokene, de grote aangesprokene
Meervoudde aangesprokenen, deze aangesprokenen

Voorbeeldzinnen met aangesprokene

  • Het tweede debat door de ogen van de ander, want de blik van de aangesprokene spreekt vaak boekdelen.
  • Het is nog net niet ijskoud.” De aangesprokene sprenkelt meteen een straal over het hoofd van de snelste survivalatleet.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).