De of het zakpluis?

Het juiste lidwoord is:

het zakpluis

  • Meervoud: de zakpluizen
  • Verkleinwoord: het zakpluisje
Betekenis (textiel) samengeklitte textielvezeltjes die ontstaan onderin bergplaatsen in kleren, zoals jaszakken en broekzakken

Zo gebruik je zakpluis

Met lidwoordhet zakpluis
Dit of dezedit zakpluis
Dat of diedat zakpluis
Ons of onzeons zakpluis
Jouwjouw zakpluis
Elk of elkeelk zakpluis
Welk of welkewelk zakpluis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot zakpluis, het grote zakpluis
Meervoudde zakpluizen, deze zakpluizen

Voorbeeldzinnen met zakpluis

  • Candace haalde een gekreukt stuk vochtig papier uit haar zak, samen met een stuk vuil zakpluis en een paar centen.
  • Hij haalde de pil uit zijn zak, helemaal onder de blauwe zakpluizen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).