De of het woningnood?

Het juiste lidwoord is:

de woningnood

  • Meervoud: de woningnoden
Betekenis een kwantitatief of kwalitatief tekort aan woonruimte

Zo gebruik je woningnood

Met lidwoordde woningnood
Dit of dezedeze woningnood
Dat of diedie woningnood
Ons of onzeonze woningnood
Jouwjouw woningnood
Elk of elkeelke woningnood
Welk of welkewelke woningnood?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote woningnood, de grote woningnood
Meervoudde woningnoden, deze woningnoden

Voorbeeldzinnen met woningnood

  • Tegelijkertijd stijgt de woningnood en is duidelijk dat bij allerlei vastgoedprojecten de gemeente totaal niet aan handhaving doet waardoor ontwikkelaars vrij spel hebben en regels aan de lopende …
  • „Vooral leuk voor jongeren: studerenden en starters, Ook vindt ruim de helft dat grote steden de groeiende woningnood te lijf moeten gaan door meer in de hoogte te bouwen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).