De of het winkeldiefstal?

Het juiste lidwoord is:

de winkeldiefstal

  • Meervoud: de winkeldiefstallen
  • Verkleinwoord: het winkeldiefstalletje
Betekenis de daad van het stelen van goederen uit een winkel

Zo gebruik je winkeldiefstal

Met lidwoordde winkeldiefstal
Dit of dezedeze winkeldiefstal
Dat of diedie winkeldiefstal
Ons of onzeonze winkeldiefstal
Jouwjouw winkeldiefstal
Elk of elkeelke winkeldiefstal
Welk of welkewelke winkeldiefstal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote winkeldiefstal, de grote winkeldiefstal
Meervoudde winkeldiefstallen, deze winkeldiefstallen

Voorbeeldzinnen met winkeldiefstal

  • Ik heb gehoord dat winkeldiefstal leuk is.
  • Ik weet niet wat ik aan zijn winkeldiefstallen moet doen.
  • Als je een winkeldiefstal wilt plegen, laat het ons dan weten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).