De of het waterpoel?

Het juiste lidwoord is:

de waterpoel

  • Meervoud: de waterpoelen
  • Verkleinwoord: het waterpoeltje
Betekenis ondiep, stilstaand waterbekken van geringe omvang.

Zo gebruik je waterpoel

Met lidwoordde waterpoel
Dit of dezedeze waterpoel
Dat of diedie waterpoel
Ons of onzeonze waterpoel
Jouwjouw waterpoel
Elk of elkeelke waterpoel
Welk of welkewelke waterpoel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote waterpoel, de grote waterpoel
Meervoudde waterpoelen, deze waterpoelen

Voorbeeldzinnen met waterpoel

  • De regen vormde waterpoelen in de holtes op de rotsen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).