De of het snoepwinkel?

Het juiste lidwoord is:

de snoepwinkel

  • Meervoud: de snoepwinkels
  • Verkleinwoord: het snoepwinkeltje
Betekenis winkel voor suikerwaren en ander snoepgoed

Zo gebruik je snoepwinkel

Met lidwoordde snoepwinkel
Dit of dezedeze snoepwinkel
Dat of diedie snoepwinkel
Ons of onzeonze snoepwinkel
Jouwjouw snoepwinkel
Elk of elkeelke snoepwinkel
Welk of welkewelke snoepwinkel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote snoepwinkel, de grote snoepwinkel
Meervoudde snoepwinkels, deze snoepwinkels

Voorbeeldzinnen met snoepwinkel

  • Ze is de eigenaar van een snoepwinkel.
  • Zij is de eigenaar van een snoepwinkel.
  • Het is alsof je een kind in een snoepwinkel bent.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).