De of het rekenwaarde?

Het juiste lidwoord is:

de rekenwaarde

Zo gebruik je rekenwaarde

Met lidwoordde rekenwaarde
Dit of dezedeze rekenwaarde
Dat of diedie rekenwaarde
Ons of onzeonze rekenwaarde
Jouwjouw rekenwaarde
Elk of elkeelke rekenwaarde
Welk of welkewelke rekenwaarde?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote rekenwaarde, de grote rekenwaarde