De of het plaatskaart?

Het juiste lidwoord is:

de plaatskaart

  • Meervoud: de plaatskaarten
  • Verkleinwoord: het plaatskaartje
Betekenis bewijs dat met recht heeft om ergens te zijn en er gebruik van te maken m.n. voor openbaar vervoer en theaters, bioscopen en dergelijke

Zo gebruik je plaatskaart

Met lidwoordde plaatskaart
Dit of dezedeze plaatskaart
Dat of diedie plaatskaart
Ons of onzeonze plaatskaart
Jouwjouw plaatskaart
Elk of elkeelke plaatskaart
Welk of welkewelke plaatskaart?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote plaatskaart, de grote plaatskaart
Meervoudde plaatskaarten, deze plaatskaarten

Voorbeeldzinnen met plaatskaart

  • Op het perron hing een bord ‘Plaatskaarten gereed houden!'
  • De 26e editie van het International Filmfestival Rotterdam heeft met 215.000 verkochte plaatskaarten, vijftien procent meer betalende bezoekers getrokken dan in 1996.

Woorden die eindigen op plaatskaart

werkplaatskaart

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).