De of het paasdrukte?

Het juiste lidwoord is:

de paasdrukte

Regel Woorden op -te: meestal de. Bekijk de regel

Zo gebruik je paasdrukte

Met lidwoordde paasdrukte
Dit of dezedeze paasdrukte
Dat of diedie paasdrukte
Ons of onzeonze paasdrukte
Jouwjouw paasdrukte
Elk of elkeelke paasdrukte
Welk of welkewelke paasdrukte?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote paasdrukte, de grote paasdrukte