De of het natuurmens?

Het juiste lidwoord is:

de natuurmens

  • Meervoud: de natuurmensen
  • Verkleinwoord: het natuurmensje
Betekenis iemand die op een heel eenvoudige, primitieve, natuurlijke wijze leeft; iemand die veel van de natuur houdt

Zo gebruik je natuurmens

Met lidwoordde natuurmens
Dit of dezedeze natuurmens
Dat of diedie natuurmens
Ons of onzeonze natuurmens
Jouwjouw natuurmens
Elk of elkeelke natuurmens
Welk of welkewelke natuurmens?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote natuurmens, de grote natuurmens
Meervoudde natuurmensen, deze natuurmensen

Voorbeeldzinnen met natuurmens

  • Hij behoorde, kortom, tot het slag lieden dat zich natuurmens noemt omdat het geen televisiedocumentaire over wildreservaten overslaat, en 's zomers met een mandje bramen langs de spoorlijn plukt.
  • Eerder liep die sowieso al genoeg, was gezond en veel meer een natuurmens dan een mens in zo'n consumptiemaatschappij als in het rijke, als je het zo wil noemen, westen."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).