De of het marktstad?

Het juiste lidwoord is:

de marktstad

  • Meervoud: de marktsteden
Betekenis (historisch) een stad die volgens de wet marktrechten had

Zo gebruik je marktstad

Met lidwoordde marktstad
Dit of dezedeze marktstad
Dat of diedie marktstad
Ons of onzeonze marktstad
Jouwjouw marktstad
Elk of elkeelke marktstad
Welk of welkewelke marktstad?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote marktstad, de grote marktstad
Meervoudde marktsteden, deze marktsteden

Voorbeeldzinnen met marktstad

  • Recent waren we op bezoek in Dumfries, een marktstadje net over de Schotse grens.
  • Ook met Chinezen was het nog nooit zo druk. Met haar regionale centrumfunctie is Schagen, van oudsher een marktstad met levendig hart, voor veel fietsers een logisch vertrek- en eindpunt.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).