De of het leskaart?

Het juiste lidwoord is:

de leskaart

  • Meervoud: de leskaarten
  • Verkleinwoord: het leskaartje
Betekenis een gestructureerde lijst van zaken die in een les of cursus ter sprake moeten komen

Zo gebruik je leskaart

Met lidwoordde leskaart
Dit of dezedeze leskaart
Dat of diedie leskaart
Ons of onzeonze leskaart
Jouwjouw leskaart
Elk of elkeelke leskaart
Welk of welkewelke leskaart?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote leskaart, de grote leskaart
Meervoudde leskaarten, deze leskaarten

Voorbeeldzinnen met leskaart

  • 24 Andere schilderijen, zeven gouaches, vijftien tekeningen en achttien leskaarten blijven in Amsterdam.
  • De leraar doceert er niet, maar 'coacht', en houdt via leskaarten in de gaten welke stof de leerling aan het behandelen is, en of het tempo waarin dat gebeurt niet te langzaam is.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).