De of het lapsus?

Het juiste lidwoord is:

de lapsus

  • Meervoud: de lapsus / lapsussen
Betekenis het laten vallen van een steek, bijvoorbeeld doordat men iets vergeten heeft.

Zo gebruik je lapsus

Met lidwoordde lapsus
Dit of dezedeze lapsus
Dat of diedie lapsus
Ons of onzeonze lapsus
Jouwjouw lapsus
Elk of elkeelke lapsus
Welk of welkewelke lapsus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lapsus, de grote lapsus
Meervoudde lapsus, deze lapsus

Voorbeeldzinnen met lapsus

  • Wij waren de lapsussen van de voorzitter meer dan beu.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).