De of het kantklosster?

Het juiste lidwoord is:

de kantklosster

  • Meervoud: de kantklossters
Betekenis (beroep) een vrouw die kantklost

Zo gebruik je kantklosster

Met lidwoordde kantklosster
Dit of dezedeze kantklosster
Dat of diedie kantklosster
Ons of onzeonze kantklosster
Jouwjouw kantklosster
Elk of elkeelke kantklosster
Welk of welkewelke kantklosster?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kantklosster, de grote kantklosster
Meervoudde kantklossters, deze kantklossters

Voorbeeldzinnen met kantklosster

  • In het museum treft u beoefenaars van diverse oude ambachten, zoals een kantklosster, een mutsenmaakster, een pottenbakker en een glazenier.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).