De of het halfheid?

Het juiste lidwoord is:

de halfheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis de mate onvolledig zijn

Zo gebruik je halfheid

Met lidwoordde halfheid
Dit of dezedeze halfheid
Dat of diedie halfheid
Ons of onzeonze halfheid
Jouwjouw halfheid
Elk of elkeelke halfheid
Welk of welkewelke halfheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote halfheid, de grote halfheid

Voorbeeldzinnen met halfheid

  • In de kerk zou daarnaast meer gewaarschuwd kunnen worden tegen de geest van de tijd. „Alle halfheid in het leven van (doop)-leden en ook bij Gods kinderen moet daarin worden aangewezen en afgewezen.
  • Hoe zeer verspreid ook, de geschriften zijn het zelfportret van een samenhangende persoonlijkheid …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).