De of het gastdocentschap?

Het juiste lidwoord is:

het gastdocentschap

  • Meervoud: de gastdocentschappen
Uitzondering Woorden op -schap krijgen meestal de, maar gastdocentschap is een uitzondering. Bekijk de regel
Betekenis het hebben van een tijdelijke aanstelling als docent op uitnodiging van een onderwijsinstelling

Zo gebruik je gastdocentschap

Met lidwoordhet gastdocentschap
Dit of dezedit gastdocentschap
Dat of diedat gastdocentschap
Ons of onzeons gastdocentschap
Jouwjouw gastdocentschap
Elk of elkeelk gastdocentschap
Welk of welkewelk gastdocentschap?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot gastdocentschap, het grote gastdocentschap
Meervoudde gastdocentschappen, deze gastdocentschappen

Voorbeeldzinnen met gastdocentschap

  • Er was een nieuw boek uit, en ik nam weer lezingen aan. En dat niet alleen: ook een wekelijkse column, het gastdocentschap, een essay in opdracht... nog afgezien van het liggende werk.
  • Uit het onderzoek blijkt dat het vaak om onbeduidende nevenactiviteiten gaat, bijvoorbeeld een gastdocentschap of het voorzitterschap van de lokale golfclub.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).