De of het deeltijdaanbod?

Het juiste lidwoord is:

het deeltijdaanbod

Zo gebruik je deeltijdaanbod

Met lidwoordhet deeltijdaanbod
Dit of dezedit deeltijdaanbod
Dat of diedat deeltijdaanbod
Ons of onzeons deeltijdaanbod
Jouwjouw deeltijdaanbod
Elk of elkeelk deeltijdaanbod
Welk of welkewelk deeltijdaanbod?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot deeltijdaanbod, het grote deeltijdaanbod