De of het belader?

Het juiste lidwoord is:

de belader

  • Meervoud: de beladers
Betekenis (beroep) iemand die een vracht in of op een voertuig laadt

Zo gebruik je belader

Met lidwoordde belader
Dit of dezedeze belader
Dat of diedie belader
Ons of onzeonze belader
Jouwjouw belader
Elk of elkeelke belader
Welk of welkewelke belader?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote belader, de grote belader
Meervoudde beladers, deze beladers

Voorbeeldzinnen met belader

  • Een ‘belader’ achterop de wagen die handmatig de containers op de hefarm zet, is dan niet meer nodig.
  • Het gaat bij de gedwongen ontslagen vooral om staf- en ondersteunende functies. Chauffeurs en beladers worden minder getroffen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).