De of het aantocht?

Het juiste lidwoord is:

de aantocht

  • Meervoud: de aantochten
  • Verkleinwoord: het aantochtje
Betekenis in aantocht zijn naderen; nadering

Zo gebruik je aantocht

Met lidwoordde aantocht
Dit of dezedeze aantocht
Dat of diedie aantocht
Ons of onzeonze aantocht
Jouwjouw aantocht
Elk of elkeelke aantocht
Welk of welkewelke aantocht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aantocht, de grote aantocht
Meervoudde aantochten, deze aantochten

Voorbeeldzinnen met aantocht

  • De trein is in aantocht.
  • De winter is in aantocht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).