De or het bezoek?

The correct Dutch article is:

het bezoek

  • English: visit, visitor, visitors
  • Plural: de bezoeken
  • Diminutive: het bezoekje
Meaning (Dutch) 1. het bezoeken, de visite 2. de personen die op visite zijn of komen, de verzamelde bezoekers

How to use bezoek

the visithet bezoek
this visitdit bezoek
that visitdat bezoek
our visitons bezoek
your visitjouw bezoek
every visitelk bezoek
which visit?welk bezoek?
a big visit / the big visiteen groot bezoek, het grote bezoek
the visit (plural)de bezoeken, deze bezoeken

Example sentences with bezoek

  • Het bezoek is gratis. “The visit is free of charge.”
  • Bedankt voor het bezoek. “Thanks for dropping by.”
  • Kioto is een bezoek waard. “Kyoto is worth visiting.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).