De or het bezoekdag?

The correct Dutch article is:

de bezoekdag

  • Plural: de bezoekdagen
  • Diminutive: het bezoekdagje
Meaning (Dutch) dag dat men iets of iemand kan of mag bezoeken

How to use bezoekdag

the bezoekdagde bezoekdag
this bezoekdagdeze bezoekdag
that bezoekdagdie bezoekdag
our bezoekdagonze bezoekdag
your bezoekdagjouw bezoekdag
every bezoekdagelke bezoekdag
which bezoekdag?welke bezoekdag?
a big bezoekdag / the big bezoekdageen grote bezoekdag, de grote bezoekdag
the bezoekdag (plural)de bezoekdagen, deze bezoekdagen

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).