De or het bezoekuur?

The correct Dutch article is:

het bezoekuur

  • Plural: de bezoekuren
  • Diminutive: het bezoekuurtje
Meaning (Dutch) Vooraf bepaalde periode waarin bezoek mogelijk is in een instelling.

How to use bezoekuur

the bezoekuurhet bezoekuur
this bezoekuurdit bezoekuur
that bezoekuurdat bezoekuur
our bezoekuurons bezoekuur
your bezoekuurjouw bezoekuur
every bezoekuurelk bezoekuur
which bezoekuur?welk bezoekuur?
a big bezoekuur / the big bezoekuureen groot bezoekuur, het grote bezoekuur
the bezoekuur (plural)de bezoekuren, deze bezoekuren

Example sentences with bezoekuur

  • Het bezoekuur is voorbij, was het eerste wat haar te binnen schoot.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).