De or het bezoeker?

The correct Dutch article is:

de bezoeker

  • English: visitor
  • Plural: de bezoekers
  • Diminutive: het bezoekertje
Meaning (Dutch) een persoon die iemand of iets bezoekt

How to use bezoeker

the visitorde bezoeker
this visitordeze bezoeker
that visitordie bezoeker
our visitoronze bezoeker
your visitorjouw bezoeker
every visitorelke bezoeker
which visitor?welke bezoeker?
a big visitor / the big visitoreen grote bezoeker, de grote bezoeker
the visitor (plural)de bezoekers, deze bezoekers

Example sentences with bezoeker

  • Je hebt een bezoeker. “You've got a visitor.”
  • U heeft een bezoeker. “You've got a visitor.”
  • Jullie hebben een bezoeker. “You've got a visitor.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).