De or het spraak?

The correct Dutch article is:

de spraak

  • English: speech
  • Plural: de spraken
  • Diminutive: het spraakje
Meaning (Dutch) 1. het vermogen om te spreken 2. manier van spreken (van een persoon of groep personen)

How to use spraak

the speechde spraak
this speechdeze spraak
that speechdie spraak
our speechonze spraak
your speechjouw spraak
every speechelke spraak
which speech?welke spraak?
a big speech / the big speecheen grote spraak, de grote spraak
the speech (plural)de spraken, deze spraken

Example sentences with spraak

  • Ze spraken over liefde. “They talked about love.”
  • Ze spraken over zaken. “They were talking business.”
  • Waar spraken ze over? “What were they talking about?”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).