De or het bouwwerk?

The correct Dutch article is:

het bouwwerk

  • English: building
  • Plural: de bouwwerken
  • Diminutive: het bouwwerkje
Meaning (Dutch) een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken

How to use bouwwerk

the buildinghet bouwwerk
this buildingdit bouwwerk
that buildingdat bouwwerk
our buildingons bouwwerk
your buildingjouw bouwwerk
every buildingelk bouwwerk
which building?welk bouwwerk?
a big building / the big buildingeen groot bouwwerk, het grote bouwwerk
the building (plural)de bouwwerken, deze bouwwerken

Example sentences with bouwwerk

  • Het bouwwerk, bijna onzichtbaar in de duinen, staat volgens de jury „in de nieuwe Nederlandse traditie om te ‘bouwen met natuur’ als antwoord op de stijgende zeespiegel en een kwaliteitsrijke kust”.
  • 'Folly', een nutteloos bouwwerk, is wellicht een betere term voor deze ophaalbrug, die in werkelijkheid helemaal geen ophaalbrug is, maar een veredeld lichtobject.

Dutch words ending in bouwwerk

opbouwwerk | waterbouwwerk | landbouwwerk | functiebouwwerk

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Dutch words starting with bouwwerk

bouwwerkzaamheden | bouwwerkzaamheid

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).