De or het spraakvermogen?

The correct Dutch article is:

het spraakvermogen

  • Plural: de spraakvermogens
Meaning (Dutch) het kunnen spreken; het door het produceren van spraakgeluiden talig kunnen communiceren

How to use spraakvermogen

the spraakvermogenhet spraakvermogen
this spraakvermogendit spraakvermogen
that spraakvermogendat spraakvermogen
our spraakvermogenons spraakvermogen
your spraakvermogenjouw spraakvermogen
every spraakvermogenelk spraakvermogen
which spraakvermogen?welk spraakvermogen?
a big spraakvermogen / the big spraakvermogeneen groot spraakvermogen, het grote spraakvermogen
the spraakvermogen (plural)de spraakvermogens, deze spraakvermogens

Example sentences with spraakvermogen

  • Zijn woede gaf hem de beschikking over zijn spraakvermogen terug.
  • Hij werd een paar dagen geleden voor behandeling naar Duitsland gebracht, nadat hij thuis onwel was geworden en zijn zicht en spraakvermogen had verloren.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).