De or het spraakleer?

The correct Dutch article is:

de spraakleer

  • English: grammar
  • Plural: de spraakleren
  • Diminutive: het spraakleertje
Meaning (Dutch) een stelsel van regelmatigheden die optreden in een taal

How to use spraakleer

the grammarde spraakleer
this grammardeze spraakleer
that grammardie spraakleer
our grammaronze spraakleer
your grammarjouw spraakleer
every grammarelke spraakleer
which grammar?welke spraakleer?
a big grammar / the big grammareen grote spraakleer, de grote spraakleer
the grammar (plural)de spraakleren, deze spraakleren

Example sentences with spraakleer

  • Kinderen leren een taal zonder zich bewust te zijn van enige spraakleer.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).