De or het gezel?

The correct Dutch article is:

de gezel

  • Plural: de gezellen
  • Diminutive: het gezelletje
Meaning (Dutch) 1. makker, reisgenoot 2. middeleeuwse ambachtsman in een gilde die nog niet de rang van meester of baas had verworven

How to use gezel

the gezelde gezel
this gezeldeze gezel
that gezeldie gezel
our gezelonze gezel
your gezeljouw gezel
every gezelelke gezel
which gezel?welke gezel?
a big gezel / the big gezeleen grote gezel, de grote gezel
the gezel (plural)de gezellen, deze gezellen

Example sentences with gezel

  • Zijn hond is zijn goede gezel. “His dog is his good companion.”

Dutch words ending in gezel

jonggezel | vrijgezel | reisgezel | varensgezel | levensgezel | bakkersgezel | ambachtsgezel | bootsgezel | metgezel | rotgezel

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Dutch words starting with gezel

gezelligheid | gezelligheidsdier | gezelligheidsvereniging | gezellin | gezelschap | gezelschapsdame | gezelschapsdier | gezelschapskamer | gezelschapsspel

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).