De or het levensgezel?

The correct Dutch article is:

de levensgezel

  • English: life partner, consort, life companion
  • Plural: de levensgezellen
Meaning (Dutch) degene met wie iemand het leven deelt en samenwoont

How to use levensgezel

the life partnerde levensgezel
this life partnerdeze levensgezel
that life partnerdie levensgezel
our life partneronze levensgezel
your life partnerjouw levensgezel
every life partnerelke levensgezel
which life partner?welke levensgezel?
a big life partner / the big life partnereen grote levensgezel, de grote levensgezel
the life partner (plural)de levensgezellen, deze levensgezellen

Example sentences with levensgezel

  • Sportfanaat Wüst gaat niet alleen voor de zon en voor de rust samen met haar levensgezel Letitia de Jong, Nederlands kampioene sprintvierkamp, naar het paradijselijke eiland.
  • Door de blunder van de schutter heeft Stefans zoontje geen vader meer en verloor zijn vriendin Janke haar levensgezel.

Dutch words starting with levensgezel

levensgezellin

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).